Hoi kleine kunstenaar! Vandaag gaan we een heel bijzonder kriebelbeestje tekenen: de kakkerlak. Hoewel ze supersnel kunnen rennen, blijven ze op jouw papier gelukkig rustig zitten. Pak je potlood en gum, dan gaan we samen aan de slag!
1
Teken een grote ovaal voor het lijf en zet een hulplijn in het midden om alles recht te houden.
2
Maak een kleinere vorm bovenop voor het borststuk en teken een klein rondje voor de kop.
3
Teken nu de definitieve vormen van de kop en het stevige schild op de rug.
4
Zet dunne, schuine lijnen aan de zijkanten waar de pootjes en de lange voelsprieten moeten komen.
5
Teken de eerste dikkere delen van de pootjes en begin aan de aanzet van de voelsprieten.
6
Schets de lijnen voor de vleugels op de rug en zet twee kleine stipjes voor de ogen.
7
Teken de vleugels nu helemaal af en maak de voelsprieten mooi lang en sierlijk.
8
Voeg kleine haartjes en details toe aan de pootjes zodat hij echt ergens op kan lopen.
9
Maak de buitenste lijnen donkerder, gum de hulplijntjes weg en teken een schaduw op de grond.